ECLI:NL:CRVB:2008:BF4588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding bij bijstandsaanvraag door aanwezigheid echtgenote broer
Appellant vroeg bijstand aan en verklaarde te wonen met zijn broer en diens echtgenote. Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen wees de aanvraag af wegens gezamenlijke huishouding met zijn broer. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat volgens artikel 3, derde lid, WWB sprake is van gezamenlijke huishouding als twee personen hun hoofdverblijf delen en zorg dragen voor elkaar. De aanwezigheid van een derde persoon, de echtgenote van de broer, maakt dat deze zorgrelatie tussen appellant en zijn broer niet exclusief is. Hierdoor is geen sprake van gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van het College, en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd.