ECLI:NL:CRVB:2019:1186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor ondersteuning op grond van de Wajong 2010, welke door het UWV is afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank heeft deze beslissing bevestigd, stellende dat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was ten tijde van de aanvraag.
In hoger beroep stelt appellante dat zij wel volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, onderbouwd met medische verklaringen, waaronder een brief van haar behandelend reumatoloog. De Raad toetst dit aan de wettelijke criteria van de Wajong 2010, waarbij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt betekent dat iemand niet meer dan 20% van het maatmaninkomen kan verdienen door ziekte of gebrek.
De Raad concludeert dat het UWV de belastbaarheid van appellante zorgvuldig heeft vastgesteld en dat de beperkingen, zoals chronische klachten door benigne gegeneraliseerde hypermobiliteit, juist zijn meegewogen. De medische informatie rechtvaardigt geen aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst of een urenbeperking. Appellante kan de geselecteerde functies vervullen en meer dan 75% van het maatmaninkomen verdienen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.