ECLI:NL:CRVB:2019:1239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening en schadevergoeding in WIA-uitkeringszaak
Verzoeker vroeg herziening van de uitspraak van 22 juni 2016 inzake de beoordeling van re-integratie-inspanningen van zijn werkgever door het UWV. Hij stelde dat het UWV beslissende fouten had gemaakt en bracht nieuwe stukken in, waaronder een arbeidsdeskundigenrapport en een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
De Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Daarnaast was verzoeker bekend met of had hij redelijkerwijs bekend kunnen zijn met de aangevoerde feiten vóór de eerdere uitspraak. Het verzoek om herziening was daarmee niet ontvankelijk.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet voorziet in een dergelijke vordering. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De Raad wees beide verzoeken af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen.