ECLI:NL:CRVB:2019:1246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid bij MS
Betrokkene, een werkneemster met de ziekte MS, was sinds 29 november 2013 ziek gemeld en vroeg op 31 augustus 2015 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, maar weigerde een IVA-uitkering omdat zij meende dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Nederland vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde het UWV dat de prognose lastig was vanwege de aard van MS en dat de aanvullende rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigden dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Betrokkene handhaafde het standpunt dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts onvoldoende concrete en deugdelijke afweging had gemaakt van de medische situatie op de datum in geding (27 november 2015). De informatie van de neuroloog bood geen basis voor een positieve prognose van herstel. De Raad concludeerde dat het UWV niet in staat is het besluit alsnog voldoende te motiveren en besloot zelf dat betrokkene recht heeft op een IVA-uitkering vanaf 27 november 2015.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en werd het griffierecht aan het UWV opgelegd. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 22 november 2016.
Uitkomst: Werkneemster komt met ingang van 27 november 2015 in aanmerking voor een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.