Uitspraak
16.6563 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als senior facilitair medewerker, meldde zich in 2010 ziek met psychische klachten. Na een periode van arbeidsongeschiktheid werd hem een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,76%. In 2014 gaf betrokkene een verslechtering van zijn gezondheid aan, waarna het UWV een medisch en arbeidskundig onderzoek verrichtte en de uitkering beëindigde. Tijdens bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 69,64% en de uitkering hersteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het herstelde besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren beoordeeld. Betrokkene stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen onderschat waren, dat hij niet de aangenomen uren kon werken en dat een onjuiste maatmanfunctie was gehanteerd.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was, dat de fysieke, psychische en sociale klachten adequaat waren meegenomen en dat de aangenomen beperkingen passend waren. De urenbeperking werd als passend beschouwd en de maatmanfunctie werd correct vastgesteld op het laatstelijk verrichte werk. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.