ECLI:NL:CRVB:2019:1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring en afwijzing verzoek herziening Ziektewetuitkering
Appellante verzocht het UWV om herziening van het besluit van 26 januari 2005, waarbij haar recht op ziekengeld werd beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor arbeid. Appellante stelde dat de in 2008 vastgestelde diagnose MS haar beperkingen sinds 2004 objectief maakte, wat volgens haar tot handhaving van de uitkering had moeten leiden.
Het UWV en de rechtbank oordeelden dat er geen medische onderbouwing was dat de rugklachten uit 2004 toe te schrijven waren aan MS en dat er geen sprake was van langdurige arbeidsongeschiktheid die de wachttijd voor de Wet WIA vervulde. De verzekeringsartsen motiveerden dat de klachten destijds aspecifiek waren en niet wezen op kernsymptomen van MS.
De Raad past het nieuwe toetsingskader toe waarbij het bestuursorgaan bevoegd is een herhaalde aanvraag inhoudelijk te beoordelen. Het UWV heeft de medische situatie opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat er geen reden is het besluit te herzien. De Raad volgt dit standpunt en bevestigt de eerdere uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het besluit en schadevergoeding wordt afgewezen en het besluit van het UWV bevestigd.