ECLI:NL:CRVB:2019:1278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor cannabis wegens onzorgvuldige besluitvorming
Verzoeker ontving bijzondere bijstand voor de aanschaf van cannabis vanwege psychische problemen en financiële onrust. Het college verlengde deze bijstand meerdere malen, maar wees een verdere verlenging af omdat geen sprake zou zijn van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De voorzieningenrechter van de rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker ging in hoger beroep en stelde dat het advies waarop het college zich baseerde onzorgvuldig was en dat er sprake was van een acute noodsituatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het advies van de arts onvoldoende onderbouwd was en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat er zeer dringende redenen waren. Het verzoek om een voorlopige voorziening en schadevergoeding werd afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.