ECLI:NL:CRVB:2019:1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij werkzaamheden voor eigen stichting
Verzoeker ontving sinds 2010 bijstand en verrichtte vrijwilligerswerk bij een stichting. Na een melding over een bedrijfsauto op zijn naam startte de gemeente een onderzoek, waarna de bijstand werd opgeschort en uiteindelijk ingetrokken wegens het niet melden van oprichting en werkzaamheden voor een nieuwe stichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Verzoeker had activiteiten verricht die op geld waardeerbaar waren en had deze onverwijld moeten melden. Zijn stelling dat het vrijwilligerswerk was en dat hij de bijstandsconsulent had geïnformeerd, werd niet aannemelijk geacht.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond vormde voor intrekking van de bijstand. Verzoeker slaagde er niet in aan te tonen dat hij recht had op bijstand indien hij wel had gemeld. Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen werd afgewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.