ECLI:NL:CRVB:2017:2941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand en matiging boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand en deelden een huishouden met hun meerderjarige zoon die een uitkering en een baan had. Het college voerde een heronderzoek uit en constateerde dat appellanten de inkomsten van hun zoon niet hadden gemeld, waardoor zij de bijstand onterecht ontvingen. Het college verlaagde de bijstand met 6% en vorderde een bedrag van €2.448,58 terug. Tevens werd een boete van €860 opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat er dringende redenen waren om van terugvordering en boete af te zien vanwege hun financiële situatie en eerdere schuldhulptrajecten. De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat er sprake was van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de terugvordering, maar matigde de boete naar €853,24, omdat de boete niet meer naar boven afgerond mag worden op een veelvoud van €10. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten. De uitspraak vervangt het besluit over de boete en bevestigt het besluit over de terugvordering.
Uitkomst: Terugvordering bijstand bevestigd, boete gematigd naar €853,24 en proceskosten toegewezen aan appellanten.