ECLI:NL:CRVB:2019:1310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na bedrijfsongeval wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant was na een bedrijfsongeval ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies en berekende dat appellant 66,52% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarom het recht op ziekengeld te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door zijn klachten en medicatie niet in staat was om te werken.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de beperkingen correct waren vastgesteld en dat het Uwv voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Er waren geen nieuwe medische gegevens die een zwaardere beperking aantoonde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.