ECLI:NL:CRVB:2019:1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste wegingsfactor voor vergoeding kosten bezwaar bijzondere bijstand
Appellante diende op 13 november 2014 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor rechtsbijstandskosten. Het college stelde deze aanvraag bij besluit van 15 december 2014 buiten behandeling. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gegrond en kende een beperkte vergoeding toe met toepassing van een wegingsfactor 'licht' (0,5).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte de wegingsfactor 'licht' toepaste.
De Raad oordeelt dat het college onterecht de wegingsfactor 'licht' toepaste omdat er geen kenbare administratieve vergissing was die direct duidelijk was voor appellante. De zaak behoort tot de categorie gemiddeld (wegingsfactor 1). Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van € 512,- voor bezwaar en € 512,- voor hoger beroep, totaal € 1.024,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.024,- aan kosten en het griffierecht van € 124,- aan appellante.