ECLI:NL:CRVB:2019:1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij afwijzing bijzondere bijstand
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 20 maart 2017, waarin haar aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering werd afgewezen. Dit bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode van zes weken, welke termijn niet verschoonbaar werd geacht. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit pas op 17 mei 2017 door haar bewindvoerder was ontvangen, waardoor het bezwaar tijdig zou zijn ingediend. De Centrale Raad van Beroep onderzocht de wijze van verzending van het besluit. Het college had het besluit niet aangetekend verzonden, maar maakte aannemelijk dat het besluit op 20 maart 2017 via het registratiesysteem Socrates correct was verzonden naar het juiste adres van de bewindvoerder, ondersteund door gedetailleerde verzendadministratie en bewijsstukken.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de juiste wijze en tijdig was verzonden, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.