ECLI:NL:CRVB:2019:1330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bruikleenbus op grond van Wmo 2015 bevestigd
Appellant, volledig rolstoelafhankelijk door een neurologische aandoening, vroeg op grond van de Wmo 2015 een bruikleenbus aan. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat appellant gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer (AOV), dat als goedkoopste en passende voorziening wordt beschouwd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische adviezen van het indicatie adviesbureau Amsterdam (IAB) zorgvuldig en goed gemotiveerd waren. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende was onderzocht welke problemen hij ondervindt bij het gebruik van het AOV en dat het wachten op het AOV psychische klachten veroorzaakt.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en voegt toe dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant niet redelijkerwijs maximaal 30 minuten op het AOV kan wachten. Ook ziet de Raad geen reden om een deskundige te benoemen of de hardheidsclausule toe te passen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de aanvraag bruikleenbus bevestigd.