ECLI:NL:CRVB:2019:138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering uit 1984
Appellant heeft sinds het besluit van 10 januari 1984, waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%, meerdere keren verzocht om herziening van dit besluit. Deze verzoeken zijn steeds afgewezen en de afwijzingen zijn onherroepelijk geworden. Bij het laatste verzoek van 22 maart 2016 heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het besluit gehandhaafd omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die een ander oordeel rechtvaardigen.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangetoond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is en overhandigde medische stukken, maar de Raad oordeelde dat deze niet tijdig zijn ingediend in de bezwaarprocedure en geen aanleiding geven tot herziening van het oorspronkelijke besluit.
De Raad bevestigt dat het verzoek om terug te komen op het besluit van 10 januari 1984 terecht is afgewezen, mede omdat een beoordeling van toegenomen arbeidsongeschiktheid achterwege kon blijven gezien de wettelijke situatie in 1984. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit van 10 januari 1984 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.