ECLI:NL:CRVB:2019:1414

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
25 april 2019
Zaaknummer
18-1701 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekkingsbesluit bijstand wegens niet tijdige bekendmaking

Het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard heeft bij besluit van 2 maart 2017 het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van 20 juli 2016 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen, omdat niet was aangetoond dat het intrekkingsbesluit op de aangegeven verzenddatum was verzonden.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het college kon ook tijdens de zitting geen bewijs leveren dat het intrekkingsbesluit op de genoemde datum aan PostNL was aangeboden. Hierdoor is de termijn voor het maken van bezwaar niet op die datum gestart. Het besluit is later wel op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, waarna de bezwaarperiode wel begon.

Omdat betrokkene binnen die termijn bezwaar heeft gemaakt, is het bezwaar ontvankelijk. Het hoger beroep van het college wordt afgewezen, het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene en het griffierecht wordt geheven. Hiermee wordt de rechtsbescherming van betrokkene gewaarborgd tegen niet tijdige bekendmaking van bestuursbesluiten.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van het college wordt afgewezen.

Uitspraak

18.1701 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 november 2017 en 27 februari 2018, 17/2342 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard (college)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 9 april 2019
Zitting hebben:
O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en P.W. van Straalen en J.T.H. Zimmerman als leden.
Griffier: S.A. de Graaff.
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.L. Silva. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. R.E. Gout de Kreek, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
  • bevestigt de aangevallen uitspraak;
  • veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, zijnde € 501,-;
  • bepaalt dat van het college griffierecht wordt geheven van € 508,-.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Voor zover van belang heeft het college bij besluit van 2 maart 2017 (bestreden besluit) het bezwaar tegen het besluit van 20 juli 2016 tot intrekking van bijstand op grond van de Participatiewet (intrekkingsbesluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opdracht gegeven een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het intrekkingsbesluit is verzonden op de aangegeven verzenddatum, zodat de termijn voor het maken van bezwaar niet op die datum is gaan lopen.
Ook ter zitting heeft het college niet kunnen wijzen op feiten die erop wijzen dat het intrekkingsbesluit op die datum ter verzending is aangeboden aan PostNL. Omdat het intrekkingsbesluit dus niet op de aangegeven verzenddatum op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, is op die datum geen termijn gaan lopen voor betrokkene om bezwaar te maken.
Niet in geschil is dat het intrekkingsbesluit nadien alsnog op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt is. Pas toen is de termijn voor het maken van bezwaar gaan lopen. Evenmin is in geschil dat betrokkene binnen die termijn bezwaar tegen het intrekkingsbesluit heeft gemaakt. Dit betekent dat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ontvankelijk is.
Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt, dat het college wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand en dat van het college griffierecht wordt geheven.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) S.A. de Graaff (getekend) O.L.H.W.I. Korte
lh