ECLI:NL:CRVB:2019:1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewet-uitkering na eerstejaars beoordeling
Appellant, voormalig beveiliger, viel uit wegens ziekte en een auto-ongeval met lichamelijke en psychische klachten. Na een WIA-beoordeling werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies. Vervolgens meldde appellant zich ziek met verschillende klachten en ontving hij Ziektewet-uitkering.
Het UWV stelde na eerstejaars ZW-beoordelingen dat appellant geschikt was voor eerder geselecteerde WIA-functies en beëindigde zijn uitkering. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat en hij begeleiding nodig had. De rechtbanken verklaarden zijn beroepen ongegrond, oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor twijfel aan het oordeel van het UWV.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad vond dat appellant geschikt was voor de functie van soldeerder, dat de beperkingen niet zodanig waren dat hij ongeschikt was, en dat er geen reden was een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad concludeerde dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering en bevestigde de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering omdat hij geschikt is voor eerder geselecteerde WIA-functies.