ECLI:NL:CRVB:2019:1429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na beëindiging Ziektewet wegens belastbaarheid
Appellant was ziekgemeld met longklachten en later met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde hem een WIA-uitkering toe te kennen omdat hij per 6 september 2016 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, met een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die hem geschikt achtte voor diverse functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellant juist hadden vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische klachten en medicatieverhoging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunt te onderbouwen, maar dat de medische beoordeling van het UWV juist en zorgvuldig was. De Raad ziet geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en bevestigt dat appellant per 6 september 2016 belastbaar was voor de maatgevende arbeid, waardoor het recht op ziekengeld terecht is beëindigd.
Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 6 september 2016 wordt bevestigd.