ECLI:NL:CRVB:2019:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- H. Lagas
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum herziening aanvullende WIA-uitkering en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Appellant, voormalig ambtenaar bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, ontving een aanvullende uitkering op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) vanwege een dienstongeval dat gelijkgesteld is met een beroepsincident.
De minister herzag de aanvullende uitkering op basis van een herbeoordeling van het arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV en wijzigingen in het arbeidsongeschiktheidspensioen (AAOP) door het ABP. De discussie spitste zich toe op de ingangsdatum van de herziening: appellant stelde 11 november 2016 (datum wijziging arbeidsongeschiktheidspercentage), terwijl de minister 1 februari 2017 (datum wijziging WIA-uitkering) aanhield.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het aanvullende karakter van de uitkering betekent dat de herziening moet aansluiten bij de daadwerkelijke wijziging van de WIA-uitkering, dus 1 februari 2017. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de procedure binnen de wettelijke termijn van vier jaar bleef.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van 1 februari 2017 voor de herziening van de aanvullende uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.