ECLI:NL:CRVB:2019:147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting door niet melden verkoop babyspullen
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere om hun recht op bijstand met ingang van 11 december 2014 in te trekken. Het college stelde dat appellanten de verkoop van babyspullen via internet niet hadden gemeld, waardoor zij de op hen rustende inlichtingenverplichting hadden geschonden.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de activiteiten van appellante als op geld waardeerbare werkzaamheden kwalificeren en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht hadden op bijstand. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij wel melding hadden gemaakt van deze activiteiten en dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad oordeelde dat appellanten geen nieuwe gronden hadden aangevoerd die de gemotiveerde weerlegging door de rechtbank konden weerleggen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van de verkoop van babyspullen.