ECLI:NL:CRVB:2019:1481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten bij voorzienbare verhuizing
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor stofferings- en inrichtingskosten in verband met een verhuizing. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit het eigen inkomen moeten worden betaald. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de verhuizing voorzienbaar was, waardoor appellant had moeten reserveren voor deze kosten. Ook de toepassing van de kostendelersnorm maakte dit niet anders. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees het hoger beroep af omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen wijzigen.
De Raad bevestigde daarmee dat stofferings- en inrichtingskosten in beginsel uit het eigen inkomen moeten worden betaald tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond. Het ontbreken van dergelijke omstandigheden en het voorzienbare karakter van de verhuizing leidde tot de afwijzing van de bijzondere bijstand.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten wordt bevestigd vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het voorzienbare karakter van de verhuizing.