ECLI:NL:CRVB:2019:1486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vliegtickets wegens niet-woning in Nederland
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor vliegtickets van Jakarta naar Amsterdam voor zichzelf en zijn drie kinderen. Het college wees de aanvraag af omdat appellant sinds maart 2015 niet meer in Nederland woonde, maar in Indonesië was ingeschreven, wat volgens de Participatiewet uitsluiting van bijstand tot gevolg heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant stelde dat hij niet was geëmigreerd en dat er sprake was van een acute noodsituatie vanwege verwaarlozing van zijn kinderen in Indonesië, maar kon dit niet met objectieve stukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant niet in Nederland woonde en daarom geen recht had op bijzondere bijstand. Ook was de acute noodsituatie niet aannemelijk gemaakt, waardoor de aanvraag terecht werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor vliegtickets wordt bevestigd omdat appellant niet in Nederland woonde en geen acute noodsituatie aannemelijk maakte.