ECLI:NL:CRVB:2019:1529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens te late indiening in Wajong-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat haar Wajong-uitkering vanaf 1 januari 2018 lager zou worden vanwege arbeidsvermogen. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding en dat het recht op een rechtsmiddel niet was geschonden.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de termijnoverschrijding wel verschoonbaar moet worden geacht, onder meer vanwege verwarring bij haar bewindvoerder. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter de motivering van de rechtbank en stelt dat nalatigheid van de bewindvoerder voor rekening en risico van appellante komt.
De Raad bevestigt het oordeel dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat er geen strijd is met artikel 13 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.