ECLI:NL:CRVB:2019:1543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kracht bijstand en bijzondere bijstand woonkosten
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet met ingang van 1 januari 2017, maar diende de aanvraag pas in op 9 juni 2017 met als gewenste ingangsdatum 1 januari 2017. Het college kende bijstand toe vanaf 1 mei 2017 en wees de aanvraag voor de periode daarvoor af wegens ontbreken van meldingsdatum en bijzondere omstandigheden.
Daarnaast werd bijzondere bijstand voor woonkosten toegekend, waarbij de voorlopige teruggave van de Belastingdienst in mindering werd gebracht. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college onterecht geen IOAZ-uitkering had toegekend en dat de woonkostentoeslag onterecht werd gekort.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank konden weerleggen. De voorlopige teruggave werd terecht als inkomen beschouwd en het college mocht afzien van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.