ECLI:NL:CRVB:2019:1555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens niet-noodzakelijke verhuizing
Appellant, die bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten na verhuizing van een kamer met ambulante begeleiding naar een zelfstandige woning. Het college wees deze aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en appellant de kosten zelf uit inkomen of vermogen had moeten betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de verhuizing noodzakelijk was omdat hij niet langer in de woning bij de Stichting kon verblijven en dat hij vanwege schulden niet kon reserveren voor de kosten.
De Raad oordeelde dat uit de overgelegde e-mail niet blijkt dat appellant werd gedwongen te verhuizen en dat de kosten van inrichting, ook indien noodzakelijk, in beginsel uit eigen middelen moeten worden voldaan. Schulden en beperkte reserveringsruimte vormen geen bijzondere omstandigheden die recht geven op bijzondere bijstand. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en appellant de kosten zelf moet dragen.