ECLI:NL:CRVB:2019:1591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevensverstrekking
Appellant vroeg op 1 december 2016 bijstand aan na terugkeer uit Engeland. Het college verzocht om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en bewijs van levensonderhoud over de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag. Appellant leverde deze niet tijdig aan, waarna het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het opvragen van gegevens over een periode van ruim twee jaar in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat de hersteltermijn te kort was. De Raad overwoog dat het college op basis van de verstrekte stukken redelijkerwijs gegevens mocht vragen over de financiële situatie in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag. Het doel van het opvragen was het tegengaan van misbruik en fraude, een gerechtvaardigd belang.
De Raad oordeelde dat de inbreuk op de privacy niet onevenredig was en dat de hersteltermijn van 38 dagen passend was. Appellant had bovendien de mogelijkheid tot verlenging niet benut. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.