ECLI:NL:CRVB:2008:BG1395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over onredelijke hersteltermijn bij bijstandsaanvraag
Appellante diende een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht haar om aanvullende bankafschriften binnen een hersteltermijn, maar stelde de aanvraag buiten behandeling toen deze termijn verstreek zonder volledige aanlevering van gegevens.
Appellante had tijdig om uitstel verzocht omdat de bank de gevraagde documenten niet binnen de termijn kon leveren. Het College wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de hersteltermijn onredelijk kort was en dat het College ten onrechte geen verlenging had verleend.
De Raad oordeelde dat de hersteltermijn niet redelijk was gezien de omstandigheden en het verzoek om uitstel. Het College had onvoldoende rekening gehouden met de noodzaak van medewerking van derden. Daarom was het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen onrechtmatig en vernietigde de Raad het bestreden besluit. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en de proceskosten werden aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het besluit om de bijstandsaanvraag buiten behandeling te stellen wegens een onredelijke hersteltermijn wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.