Uitspraak
17.7599 WW
20 oktober 2017, 17/1159 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv van 9 april 2015, waarin zijn WW-uitkering per 20 april 2015 werd beëindigd omdat hij volledig als zelfstandige werkte. Het bezwaar werd pas op 11 november 2016 ontvangen, ruim na het verstrijken van de zeswekentermijn die op 21 mei 2015 eindigde.
Appellant voerde aan het besluit niet te hebben ontvangen en dat hij pas tijdens een andere procedure over een ander besluit op de hoogte was geraakt. Hij stelde ook dat het Uwv hem niet had geïnformeerd over de stopzetting ondanks telefonisch contact in april 2015. Het Uwv stelde dat het besluit op de juiste wijze bekend was gemaakt en dat appellant de ontvangst niet geloofwaardig ontkende.
De rechtbank oordeelde dat uit het gedrag van appellant kon worden afgeleid dat hij het besluit wel had ontvangen, waardoor de bezwaartermijn was verstreken en het bezwaar niet-ontvankelijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat geen omstandigheden waren aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de beëindiging van de WW-uitkering is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.