ECLI:NL:CRVB:2016:91
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar WIA-aanvraag wegens overschrijding bezwaartermijn
Het UWV heeft op 30 oktober 2012 aan appellant meegedeeld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant verzet instelde dat gegrond werd verklaard voor nader onderzoek. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat uit het gedrag van appellant, waaronder het verzoek om herleving van de WW-uitkering en het aanvragen van bijstand, kon worden afgeleid dat het besluit hem destijds had bereikt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het besluit niet per post had ontvangen, maar de Raad oordeelde dat het arbeidskundig rapport, dat als bijlage bij het besluit was verzonden, door appellant tijdens een intakegesprek aan de gemeente was overgelegd. Dit maakte aannemelijk dat het besluit hem had bereikt. De Raad bevestigde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de WIA-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.