ECLI:NL:CRVB:2019:1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan en gaf als woonadres een adres in [gemeente] op. De gemeente vermoedde dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde, maar bij zijn vriendin en dochter in Rotterdam. Een onderzoek door de sociale recherche bevestigde dit vermoeden. Appellant verklaarde zelf dat hij zwervend was en niet hoofdzakelijk op het opgegeven adres verbleef. De hoofdbewoner verklaarde dat appellant slechts enkele nachten per week op het adres verbleef.
De Raad oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellant niet op het opgegeven adres lag, mede omdat hij daar alleen overnachtte en zijn persoonlijke administratie elders hield. Ook het onderzoek van de sociale recherche werd als zorgvuldig beoordeeld, ondanks dat appellant niet aanwezig was bij het huisbezoek.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.