ECLI:NL:CRVB:2019:1638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen
Appellant ontving sinds december 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over de periodes augustus 2014 tot en met mei 2015 en juli 2015, en vorderde een bedrag van €12.314,40 bruto terug wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen die hoger waren dan de bijstandsnorm.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door de ontvangst van leningen en stortingen niet te melden. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het bijstandsbedrag pint en terugstortte en dat de overige stortingen en leningen aannemelijk waren gemaakt met bankafschriften en verklaringen.
De Raad oordeelde dat de herkomst van de stortingen niet te herleiden was en dat de stortingen boven de bijstandsnorm uitkwamen, waardoor het vermoeden bestond van andere inkomsten. De stortingen werden terecht als inkomen aangemerkt. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen worden bevestigd.