ECLI:NL:CRVB:2019:1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-loonaanvullingsuitkering bij arbeidsongeschiktheid van 64,48%
Appellant was administratief medewerker en viel uit wegens vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 100% vast, later gewijzigd naar 64,16%, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen door CVS/ME en POTS, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, waarbij het protocol CVS/ME betrokken was. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren passend en de voorbeeldfuncties strookten met de belastbaarheid.
De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijk verzekeringsarts en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het hoger beroep werd afgewezen en het UWV-besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 64,48% en wijst het hoger beroep af.