ECLI:NL:CRVB:2019:1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand met toepassing van de kostendelersnorm. Het college van burgemeester en wethouders van Breda voerde een rechtmatigheidsonderzoek uit vanwege meerdere contante stortingen op de bankrekening van appellant, waarvan de herkomst onduidelijk bleef.
Appellant verscheen niet bij eerste uitnodigingen, maar leverde later bankafschriften aan. Desondanks heeft het college de bijstand ingetrokken over de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 juli 2016 en de kosten van bijstand teruggevorderd, omdat appellant de inlichtingenplicht schond door geen volledige en verifieerbare verklaring te geven over de stortingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht op bijstand had ondanks de stortingen. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel faalt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand blijft in stand. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende onderbouwing van de herkomst van stortingen.