ECLI:NL:RBMNE:2021:4351
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijkheid over inkomsten
Eiseres ontving bijstand volgens de kostendelersnorm voor een driepersoonshuishouden en woonde samen met haar zoon, schoondochter en hun twee kinderen. Verweerder trok de bijstand in vanaf 1 januari 2021 en vorderde teveel ontvangen bijstand terug over 2020 wegens het niet melden van stortingen op de bankrekening en onduidelijkheid over de inkomstenbron.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door niet uit eigen beweging de stortingen te melden, ondanks dat zij stelde hulpbehoevend te zijn door Alzheimer. De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt waar de stortingen van in totaal € 4.450,- vandaan kwamen en hoe zij haar dagelijkse kosten van levensonderhoud betaalde.
De bijdragen van haar zoon en schoondochter werden niet als compensatie van de kostendelersnorm erkend, mede omdat zij geen inkomen hadden en geen bewijs werd geleverd van hun financiële bijdragen. De rechtbank verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat de Participatiewet een verplichte intrekking voorschrijft bij schending van de inlichtingenplicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Sneevliet op 13 juli 2021 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.