ECLI:NL:CRVB:2019:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens ongeoorloofd niet verschijnen op traject
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en is verplicht deel te nemen aan arbeidsinschakelingstrajecten. Hij volgde een traject van 11 maart tot 1 april 2016 en wilde daarna deelnemen aan een ander traject, maar verscheen meerdere keren zonder bericht niet op dit traject.
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde daarom een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd gedurende een maand. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij niet verwijtbaar kon worden gehouden vanwege zijn thuissituatie, waarin hij door zijn moeder uit huis was gezet en bang was om het huis te verlaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon verschijnen of zich tijdig afmelden. Ook is de maatregel proportioneel en is er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor een maand wegens ongeoorloofd niet verschijnen op het traject wordt bevestigd.