Uitspraak
18.3343 AW, 18/3344 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat de korpschef aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 586,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig medewerker bij de politie, betwistte de waardering van zijn mensfunctie binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) en de daarop gebaseerde matching met een hogere functie. De korpschef had de waardering vastgesteld op salarisschaal 9, waarbij werkzaamheden zoals leidinggeven aan een groep medewerkers en het vervullen van taken als hulpofficier van justitie waren meegenomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de waardering gebaseerd was op de vastgestelde mensfunctiebeschrijving en dat de rechterlijke toetsing terughoudend moet zijn, waarbij alleen onhoudbare waarderingen worden vernietigd.
Appellants argumenten over onvoldoende transparantie, het niet toepassen van de juiste regelgeving en het betoog dat zijn functie zwaarder zou moeten worden gewaardeerd, werden verworpen. De Raad stelde vast dat de leidinggevende taken en de hulpofficier van justitie-werkzaamheden niet leiden tot een hogere schaal dan 9. Ook de matching met de hogere functie 2 werd als niet onhoudbaar beoordeeld.
De Raad bepaalde dat de korpschef het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt, maar verder werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De waardering van de mensfunctie op schaalniveau 9 en de matching met functie 2 worden bevestigd; het hoger beroep wordt afgewezen.