ECLI:NL:CRVB:2019:174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en beoordeling wijziging Ziektewet-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerker, meldde zich ziek met klachten aan handen en polsen en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij vanaf 30 juli 2015 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen. Dit besluit werd bevestigd door het UWV bij het eerste bestreden besluit, waarop appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Het UWV nam vervolgens een tweede bestreden besluit waarbij de beëindigingsdatum werd gewijzigd naar 10 november 2015, gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst en een nieuwe functie in de berekening van het verdienvermogen. Appellante voerde aan dat zij ook vanaf die datum recht had op ziekengeld, omdat zij niet geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het oordeel van de rechtbank over de beëindigingsdatum onjuist was, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond. Het beroep tegen het tweede besluit wordt echter ongegrond verklaard omdat dit besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berust. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.