ECLI:NL:CRVB:2019:1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en zorgvuldigheid medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als thuishulp, meldde zich ziek met fysieke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het Uwv weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.
In bezwaar en beroep werden aanvullende medische rapporten overgelegd, waaronder een brief van een orthopedisch chirurg en een nieuw verzekeringsartsrapport dat beperkingen bevestigde. De arbeidsdeskundige herbeoordeelde de passendheid van functies, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder 35%.
De Centrale Raad toetste de zorgvuldigheid van het Uwv-besluit en concludeerde dat het Uwv alle relevante informatie had betrokken en de medische beoordeling juist was. Het verzoek om een deskundigenonderzoek werd afgewezen omdat er geen twijfel meer bestond over de medische beoordeling.
Hoewel het besluit aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, werd dit in hoger beroep hersteld, waardoor de schending van artikel 7:12 Awb Pro werd gepasseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, maar het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.