ECLI:NL:CRVB:2019:1757
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toekenning op grond van de Wet buitengewoon pensioen wegens ontbreken ernstige verstoring levensomstandigheden
Appellante, geboren in 1943, verzocht in mei 2016 om toekenningen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp), stellende psychisch letsel te hebben opgelopen door het verzet van haar vader. Verweerder wees de aanvraag in februari 2017 af omdat appellante niet gelijkgesteld kon worden met personen die lichamelijk letsel door verzet van derden hadden opgelopen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat alleen de vader van appellante deelnam aan het verzet en dat volgens het beleid sprake moet zijn van een ernstige verstoring van de levensomstandigheden gedurende de oorlogsjaren 1940-1945, zichtbaar in psychotraumatisering en psychosociaal disfunctioneren. Medische adviezen van artsen Maas en Ohlenschlager concludeerden dat er geen ernstige verstoring was door het verzet van derden; de psychische klachten waren vooral te verklaren door het overlijden van haar vader in 1993.
Appellante erkende zelf dat zij het goed heeft gedaan in haar leven, met succesvolle studie, werk en relaties. De Raad achtte het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van ernstige verstoring van haar levensomstandigheden door het verzet van haar vader.