ECLI:NL:CRVB:2019:1770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na Eerstejaars Ziektewet-beoordeling
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep had moeten plaatsvinden. Tevens verzocht hij om benoeming van een deskundige om de vertaalslag van de Functionele Mogelijkhedenlijst naar functies te beoordelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stelt vast dat geen nieuwe medische stukken zijn ingediend en wijst het verzoek om een deskundige af wegens onvoldoende twijfel aan de juistheid van het besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.