ECLI:NL:CRVB:2019:1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening seksuele dienstverlening onder Wmo 2015 bevestigd
Appellant, geboren in 1965 en lijdend aan cerebrale parese, vroeg op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor seksuele dienstverlening vanwege zijn lichamelijke beperkingen die hem verhinderen zichzelf seksueel te bevredigen.
Het college wees de aanvraag af omdat deze ondersteuning niet valt onder maatschappelijke ondersteuning gericht op zelfredzaamheid of participatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat seksuele behoeften geen noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (adl) zijn zoals bedoeld in de Wmo 2015.
In hoger beroep voerde appellant aan dat seksuele handelingen een normale noodzakelijke adl zijn en dat de gevraagde ondersteuning daarom onder de Wmo valt. De Raad oordeelde echter dat noch de wetstekst noch de wetgeschiedenis aanwijzingen geeft dat seksuele behoeften als noodzakelijke adl worden beschouwd.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor een maatwerkvoorziening seksuele dienstverlening wordt terecht afgewezen omdat seksuele behoeften niet onder noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen vallen volgens de Wmo 2015.