ECLI:NL:CRVB:2019:1779
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, gelijkgesteld aan een vervolgde in de zin van de Wuv, verzocht om uitbreiding van haar vergoeding voor huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het ontbreken van een medische noodzaak, aangezien appellante nog in staat werd geacht lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
De Raad toetste het beleid van verweerder dat een vergoeding voor twee dagdelen huishoudelijke hulp kan worden toegekend indien sprake is van onvermogen tot lichte huishoudelijke werkzaamheden of causale psychische aandoeningen in combinatie met zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag. Medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs onderschreven het ontbreken van een medische indicatie voor uitbreiding.
Appellante stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar leeftijd en klachten, waaronder voetklachten, maar de Raad vond dat verweerder het beleid correct had toegepast en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een andere conclusie. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt gehandhaafd.