Uitspraak
18.4937 AW
OVERWEGINGEN
.De arbeid die appellant heeft verricht voor [werkgever 2] is niet ter hand genomen vóór de dag van het ontslag, maar bijna twee jaar ná die dag. Reeds hierom vallen de inkomsten die appellant uit die arbeid heeft genoten niet onder de vrijstelling als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het Wbad en worden zij op grond van artikel 13, eerste lid, van het Wbad met het wachtgeld verrekend.