ECLI:NL:CRVB:2014:1871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering wachtgeld na verrekening inkomsten eigen onderneming
Betrokkene, voormalig hoofd productie bij de gemeente Amsterdam, kreeg na ontslag in 1997 een wachtgelduitkering toegekend. Vanaf dat moment werden inkomsten uit zijn eigen onderneming verrekend met het wachtgeld. Na inzending van jaarstukken over 2004-2008 herzag het college het recht op wachtgeld en vorderde een bedrag van ruim €64.799,97 terug wegens te veel uitbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat negatieve inkomsten uit de onderneming niet verrekend mogen worden met het wachtgeld, maar dat de fiscale bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto wel als inkomen mag worden meegeteld.
Verder oordeelde de Raad dat betrokkene zijn verplichting tot tijdige opgave van inkomsten niet is nagekomen, waardoor sprake is van eigen toedoen. Hierdoor is de verjaringstermijn voor terugvordering vijf jaar vanaf het moment dat het college bekend werd met de feiten, namelijk 7 oktober 2010. De terugvordering is daarmee rechtsgeldig en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde wachtgelduitkering en wijst het hoger beroep af.