Appellante was werkzaam bij de gemeente Amsterdam in de functie [functie 1], die zij tot 31 augustus 2009 vervulde. Na diverse reorganisaties en functiewaarderingen was haar functie door het college definitief gewaardeerd op schaal 10, wat zij betwistte. De Raad had eerder het college opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen met inachtneming van eerdere uitspraken.
Het college nam een nieuw besluit waarbij het de waardering op schaal 10 handhaafde, maar gaf daarbij geen volledige inhoudelijke beoordeling van alle door appellante aangevoerde bezwaren. De Raad oordeelt dat het college daarmee onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de eerdere opdracht en dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door de functie te waarderen op schaal 10A, rekening houdend met de multidisciplinaire specialistische werkzaamheden en zelfstandigheid van appellante. De ingangsdatum van deze waardering wordt vastgesteld op 31 augustus 2009. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.