ECLI:NL:CRVB:2019:1805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart voor passagier wegens onvoldoende deur-tot-deur afhankelijkheid
Appellante heeft op 22 oktober 2014 een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier bij het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul. Zij heeft chronische knie-, heup- en duizeligheidsklachten. Medisch adviseurs van de MO-zaak concludeerden dat zij niet voldoet aan de criteria omdat zij niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder voor vervoer van deur tot deur, ondanks een loopafstand van 20 tot 30 meter.
Het college wees de aanvraag op 6 februari 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 31 januari 2017. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische adviezen als zorgvuldig en volledig beoordeelde. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel afhankelijk is van de bestuurder en voerde daarnaast hartklachten aan, die echter na de bezwaarperiode zijn ontstaan en daarom niet in aanmerking worden genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante voldoet aan de loopbeperkingseis, maar niet aan de vereiste continuïteit van afhankelijkheid van de bestuurder voor vervoer van deur tot deur. Ook op grond van het alternatieve artikel 1, lid 1, onder d, van de Regeling komt zij niet in aanmerking, omdat haar beperking uitsluitend een loopbeperking betreft. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier wordt afgewezen omdat appellante niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder voor vervoer van deur tot deur.