ECLI:NL:CRVB:2019:1821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag over derde kwartaal 2016 wegens ontbreken vaste onderhoudsbetalingen
Appellant ontvangt kinderbijslag voor drie kinderen die bij zijn echtgenote in Marokko wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft hem medegedeeld dat hij over het derde kwartaal van 2016 geen recht heeft op kinderbijslag omdat hij niet voldeed aan de onderhoudsbijdrage van €416 per kind per kwartaal.
Appellant heeft betalingen gedaan in het tweede en vierde kwartaal van 2016, maar niet in het derde kwartaal. Volgens vaste rechtspraak kunnen betalingen alleen worden toegerekend aan een bepaald kwartaal indien sprake is van een vast systeem van betalingen. Uit de overgelegde gegevens blijkt dat de betalingen en momenten van betaling wisselvallig zijn, waardoor deze niet toegerekend kunnen worden aan het derde kwartaal.
De Raad overweegt dat het ontbreken van een vast stelsel van betalingen betekent dat appellant niet heeft voldaan aan de onderhoudseis voor het derde kwartaal. Ook het feit dat in totaal meer dan het vereiste bedrag is betaald, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Geen recht op kinderbijslag over het derde kwartaal van 2016 wegens ontbreken van vaste betalingen die aan dat kwartaal toegerekend kunnen worden.