ECLI:NL:CRVB:2013:2962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.C.W. Lange
- E.E.V. Lenos
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage
Appellant, vader van een dochter geboren in 2003, ontving kinderbijslag van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na informatie dat zijn dochter niet bij hem woonde, stelde de Svb vast dat appellant vanaf het derde kwartaal van 2004 niet voldeed aan de onderhoudsvoorwaarde van minimaal €386 per kwartaal. Appellant maakte bezwaar en overlegde bankafschriften, maar de Svb handhaafde de herziening voor vijf kwartalen waarop appellant niet voldoende bewijs leverde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant niet op eenvoudig controleerbare wijze had aangetoond de vereiste onderhoudsbijdrage te hebben voldaan. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk grote bedragen had overgemaakt en dat uitgaven via betaalautomaten voor zijn dochter bestemd waren. Tevens deed hij een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat betalingen via betaalpas niet duidelijk aantoonbaar waren voor de dochter en dat er geen vast systeem van betalingen bestond om bedragen aan de betreffende kwartalen toe te rekenen. Bovendien had appellant de Svb niet tijdig geïnformeerd over de verblijfplaats van zijn dochter, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag over de betreffende kwartalen wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage.