ECLI:NL:CRVB:2019:1829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige toetsing en medische beoordeling bevestigd
Appellante, voormalig verkoopster, meldde zich ziek met infectieziekte en later rugklachten. Na afloop van de wachttijd kende het UWV geen WIA-uitkering toe wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Op 28 juli 2015 beëindigde het UWV de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt werd geacht voor de functie van telefoniste.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name door onvoldoende onderzoek naar rugklachten. Zij overwoog een onafhankelijke deskundige te laten benoemen en verwees naar het EHRM-arrest Korošec. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellante de functie kon vervullen.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was, appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt te onderbouwen (geen schending van equality of arms), en dat de medische beoordeling van het UWV voldoende was gemotiveerd. De Raad vond geen aanwijzingen voor meer of zwaardere beperkingen dan vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een deskundigenbericht of voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering van appellante terecht is beëindigd.