ECLI:NL:CRVB:2019:1901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs van verzekerde tijdvakken in Nederland
Appellant heeft in december 2013 een AOW-pensioen aangevraagd, dat door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verblijf of werk in Nederland.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het bezwaarbesluit en gaf de Svb opdracht tot nader onderzoek. Na aanvullend onderzoek handhaafde de Svb het besluit tot afwijzing. Appellant stelde in hoger beroep dat hij aannemelijk had gemaakt minstens één jaar in Nederland te hebben gewerkt, onderbouwd met loonstrook en loonzakjes.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de Svb zorgvuldig was en dat de ingebrachte loonstrook en loonzakjes onvoldoende bewijs vormden, omdat namen en gegevens niet overeenkwamen met die van appellant en er geen nadere gegevens waren die de stukken aan appellant konden relateren.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Ook wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor toekenning van een AOW-pensioen wordt terecht afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verzekerde tijdvakken in Nederland.