ECLI:NL:CRVB:2019:191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging plaatsing ambtenaar in functie medewerker vergunningverlening C
Appellant, sinds 2003 werkzaam bij de gemeente Amsterdam, werd per 1 januari 2015 geplaatst in de generieke functie medewerker vergunningverlening C (salarisschaal 10) na een reorganisatie en uniformering van de afdeling Vergunningen, Toezicht & Handhaving.
Appellant stelde dat zijn werkzaamheden beter aansloten bij de hogere functie medewerker vergunningverlening D, vanwege zijn betrokkenheid bij complexe zaken, coachende taken en rol als aanspreekpunt. Hij overlegde hiervoor verklaringen en e-mails ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat hoewel appellant taken verrichtte die horen bij medewerker vergunningverlening D, deze niet substantieel en structureel genoeg waren om plaatsing in die hogere functie te rechtvaardigen. Het college had de keuze en motivering voldoende onderbouwd.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde het besluit van het college en de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de plaatsing van appellant in medewerker vergunningverlening C en wijst het hoger beroep af.